9.8.7 Sectorplan taxi

Partijen zijn van mening dat het niet goed gaat in de taxibranche. Door de harde concurrentie die het gevolg is van de grote bezuinigingen en aanbestedingen, wordt de branche diep geraakt. Steeds meer bedrijven realiseren rode cijfers of gaan failliet. De druk op de arbeidsvoorwaarden neemt hierdoor toe. Werkgevers, werknemers maar ook de gebruikers ondervinden hiervan de nadelen. Deze situatie leidt tot structurele problemen in de branche. Partijen vinden het hun verantwoordelijkheid hier in gezamenlijkheid bij te dragen aan een oplossing. Ze spreken het volgende af:


- Onderzoeken van de mogelijkheden om een code verantwoord marktgedrag in te voeren in de taxibranche.

- Een gerenommeerd onderzoeksbureau onderzoek laten doen naar de mogelijkheid tot een meer evenwichtige verhouding tussen opdrachtgevers en vervoerders te komen, waarbij aan de orde kunnen komen zaken als minimum prijs, ideale lengte van een aanbesteding, een ideaal SFT bedrijfsoordeel als onderscheidend vermogen voor bedrijven die goede kwaliteit leveren, maximale hoeveelheid sociaal return benoemen, etc. Partijen zullen hierbij uiteraard met alle zorgvuldigheid de mededingingsregels respecteren.

- Verbeteren van de regeling overgang personeel bij overgang vervoerscontracten. De verbeteringen moeten er voor zorgen dat aan het uitgangspunt van de regeling (betrokken personeel volgt werk in het kader van behoud van kwaliteit) meer recht gedaan wordt.

- Werkgevers die de CAO slecht naleven, of bij een volgende CAO controle van het SFT dezelfde (zeer) ernstige overtredingen hebben begaan, moeten daarvoor zwaarder worden beboet. Partijen spreken af dat zij, gezamenlijk met het bestuur van SFT, onderzoeken welke extra sancties opgelegd zouden kunnen worden, die tevens het meest effectief zijn.

- De huidige CAO’s grondig herzien, waaronder ook het onderzoeken van de effecten en wenselijkheid van het toewerken naar minder tredes in het loongebouw.

 

Partijen spreken af dat zij voorgaande punten uiterlijk voor 1 januari 2014 in een concreet sectorplan nader uitwerken. Het plan moet vervolgens in de komende 2 jaar (dus voor 1 januari 2016) ingevoerd worden. Over de financiering er van zullen partijen nog nadere afspraken maken.