4.4 Opnemen vakantie

Eťn vakantiedag (voor een fulltime medewerker) staat gelijk aan 8 werkuren.
Als een volgens rooster opgenomen vakantiedag een hiervan afwijkend aantal werkuren heeft, wordt het werkelijke aantal arbeidsuren in mindering gebracht op het tegoed aan vakantie-uren.
Voor de toepassing van deze systematiek is de instemming van de OR of Personeelsvertegenwoordiging vereist.

De werknemer vraagt vakantie aan volgens de regels in het bedrijf. Deze regels moeten zijn opgesteld met de OR of Personeelsvertegenwoordiging en aan de werknemer ter kennis zijn gebracht. Bij gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, waarbij de werknemer op arbeidtherapeutische basis wordt ingezet of vervangende aangepaste werkzaamheden verricht dan wel bij volledige arbeidsongeschiktheid worden vakantiedagen afgeschreven wanneer vakantie wordt opgenomen.

De volgorde van het opnemen van vrije dagen vindt als volgt plaats: de dagen met de eerste vervaldatum of eerste verjaringstermijn worden als eerste opgenomen. De werkgever dient ter genoeg doening van het SFT een deugdelijke verlof registratie te voeren. Indien het SFT oordeelt dat de registratie onvoldoende is, dan geldt voor de wettelijke vakantiedagen een verjaringstermijn van 5 jaar in plaats van een vervaltermijn van 6 maanden.

De werknemer die daarvoor voldoende vakantiedagen heeft opgebouwd, wordt in de gelegenheid gesteld ten minste 16 kalenderdagen aaneengesloten vakantiedagen op te nemen.

Bij beŽindiging van het dienstverband wordt aanspraak op te veel genoten vakantiedagen verrekend.

Voor de vervaltermijn van de vakantiedagen wordt aangesloten bij de bepaling hierover in het Burgerlijk Wetboek.

Toelichting op het opnemen van vakantie
De volgorde van opname van vakantiedagen per kalenderjaar is als volgt:
a. De wettelijke vakantiedagen van vorig kalenderjaar.
b. De bovenwettelijke vakantiedagen van 5 kalenderjaren geleden.
c. De wettelijke vakantiedagen van het lopende kalenderjaar.
d. De bovenwettelijke vakantiedagen van 4 kalenderjaren geleden.
e. De bovenwettelijke vakantiedagen van 3 kalenderjaren geleden.
f. De bovenwettelijke vakantiedagen van 2 kalenderjaren geleden.
g. De bovenwettelijke vakantiedagen van vorig kalenderjaar.
h. De bovenwettelijke vakantiedagen van het lopende kalenderjaar.