4.1 Vakantiedagen

Het vakantiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

De werknemer heeft recht op 25 vakantiedagen, op basis van een fulltime dienstverband. In geval van parttime medewerkers en M.U.P.-krachten wordt het recht op vakantiedagen bepaald naar rato van het aantal verloonde uren.
De medewerkers die op 1 januari 2009 al in dienst zijn en recht hebben op meer dan 25 vakantiedagen behouden dat recht, maar dit wordt niet verder meer verhoogd.

Om in geval van een parttime medewerker of een M.U.P.-kracht het recht op vakantiedagen te kunnen berekenen, moet werkgever het aantal verloonde uren per betalingsperiode vermenigvuldigen met 9,62% (bij 25 vakantiedagen).

Bestaande rechten worden gerespecteerd, dat wil zeggen:
26 vakantiedagen = 26 : 260 (werkbare dagen) x 100% = 10,00%
27 vakantiedagen = 27 : 260 (werkbare dagen) x 100% = 10,38%

Toelichting op vakantiedagen
De werknemer die op 31 december 2008 minder dan 25 vakantiedagen had krijgt met ingang van 1 januari 2009 25 vakantiedagen (op basis van fulltime dienstverband en volledig dienstjaar).
De werknemer die op 31 december 2008 in dienst was en 25, 26 of 27 vakantiedagen had, behoudt dit aantal vakantiedagen.

Indien een parttime werknemer 30 uur verloond krijgt per betalingsperiode, is het recht op vakantiedagen 30 x 9,62% = 2,89 uur.

Artikel 4.1 bepaalt de vakantierechten van werknemer in tijd. De eventuele uitbetaling van verlofdagen wordt geregeld in artikel 1.4.4 en artikel 5.4.1.