2.1.5 Normering rijtijd

De rijtijd kan worden genormeerd bij taxivervoer waarbij personen behorend tot een beperkte groep volgens een schema op regelmatige tijden voor de duur van minimaal 6 maanden worden vervoerd. Normering vindt in dat geval plaats volgens de onderstaande methode:

a. De werkgever bepaalt in eerste instantie de normtijd.
b. Gedurende 14 dagen na aanvang van de werkzaamheden zal de werknemer dagelijks de tijd gemoeid met het rijden van de route noteren of via in het voertuig beschikbare meetapparatuur laten registreren.
c. Op basis van de uitkomsten van de onder b gehouden meting wordt de definitieve normtijd vastgesteld, schriftelijk vastgelegd en door beide partijen ondertekend. De definitieve normtijd gaat onmiddellijk in. Voor de arbeidstijdberekening wordt de nieuwe normtijd gehanteerd vanaf de datum van aanvang van de procedure.
d. In geval van structurele wijzigingen die van invloed zijn op de tijdsduur van de vervoerroute wordt de procedure onder a t/m c herhaald.

De tijd besteed aan andere werkzaamheden, waaronder tanken en schoonmaken, wordt niet genormeerd en dient afzonderlijk als arbeidstijd te worden geteld.

Indien werkgever en/of werknemer ten aanzien van de normering rijtijd bepaald volgens bovenstaande methode niet tot overeenstemming komen, zal werkgever een tweede persoon met betreffende werknemer gedurende één dag laten meerijden. Werknemer registreert ook gedurende die dag de tijd gemoeid met het rijden van de route of laat dat via in het voertuig beschikbare meetapparatuur registreren. Werkgever en werknemer bespreken vervolgens deze resultaten en komen aan de hand daarvan tot een normtijd. Deze wordt vervolgens schriftelijk vastgelegd en door beide partijen ondertekend.

Toelichting CAO-partijen

Besluit 070314-7

CAO partijen besluiten dat SFT de lijn die zij altijd hanteert kan blijven hanteren (bij normering rijtijd artikel):
• SFT controleert of de werkgever de voorgeschreven procedure volgt. Als die niet correct is gevolgd of onvoldoende is vastgelegd leidt dat tot een ernstige overtreding. Als de normering niet correct is gedaan is de conclusie dat er dus geen normering is geweest en werkgever de daadwerkelijke gewerkte uren dient uit te betalen.
• Indien SFT constateert dat de procedure en vastlegging wel conform het artikel is gedaan, maar de werkelijke tijd structureel afwijkt van de normtijd, dan zal werkgever ten genoegdoening van SFT met een verklaring moeten komen. SFT vraagt vervolgens bij betreffende werknemer na of deze verklaring overeenkomt met de opvatting van werkgever. Als blijkt dat er geen eenduidige verklaring is, wordt er verondersteld dat er geen normtijd tot stand is gekomen en dient werkgever met terugwerkende kracht op basis van de gewerkte tijd uit te betalen.