2.1.4 Pauze

A. Pauze is een tijdsruimte waarmee de arbeid tijdens de dienst wordt onderbroken en de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van zijn werk.

B. Wachttijd buiten standplaats dient beschouwd te worden als arbeidstijd.
Wel kan van werknemer verwacht worden dat hij buiten standplaats een pauze op neemt.

De duur van deze pauze (zijnde pauze buiten standplaats vanwege wachttijd) bedraagt bij een diensttijd tot 4,5 uur maximaal een kwartier (15 minuten).
Bij een diensttijd tussen 4,5 uur en 10,5 uur bedraagt deze pauze maximaal een half uur (30 minuten).
Bij een diensttijd van 10,5 uur of meer bedraagt deze pauze in geen geval meer dan een uur (60 minuten), mits hij deze pauze niet al op standplaats heeft genoten.
Het staat de werkgever niet vrij de werknemer te verzoeken pauze of andere vormen van onbetaalde tijd op te nemen anders dan in dit lid bepaald.

C. De dagelijkse pauze op of buiten standplaats mag niet worden opgedeeld in meer dan vier aaneengesloten tijdvakken. Geen van deze tijdvakken mag korter zijn dan 15 minuten.

Toelichting op pauze

Bij lid B:
Indien een werknemer bij een diensttijd van 10,5 uur of meer op standplaats al tot een uur pauze heeft gehad, kan werkgever niet opnieuw een pauze van maximaal een uur opleggen.

Rekenvoorbeeld:
Werknemer heeft een diensttijd van 10,5 uur. Op standplaats heeft hij een half uur pauze genoten. Werkgever kan van werknemer nog maximaal een half uur pauze buiten standplaats verlangen.

Onder de term ‘aaneengesloten’ wordt verstaan: voor zover niet onderbroken door werkzaamheden ten behoeve van de werkgever.