1.15 Scholing

Onder scholing wordt verstaan: elke vorm van een gestructureerde activiteit die, ongeacht of de scholing wordt aangemerkt als een aan de functie van de werknemer verbonden wettelijke verplichting, gericht is op het door de werknemer verkrijgen van kennis en/of vaardigheden.

Onder scholingskosten wordt, in de ruimste zin van het woord, onder andere verstaan: de cursuskosten; de kosten voor het organiseren van een interne en/of externe scholing; de vergoedingen van reis- en verblijfskosten en de ontwikkelingskosten.
Opleidingstijd voor het in opdracht van de werkgever volgen van een, voor de functie vereiste, opleiding is voor rekening van de werkgever. Reistijd nodig om van en naar een cursus of opleiding toe te gaan is niet voor rekening van werkgever. De opleidingstijd van een werknemer die ook OV werk doet (conform hoofdstuk 7 van deze CAO) wordt uitbetaald tegen het van toepassing zijnde uurloon rijdend personeel dat is opgenomen in artikel 3.6.

De kosten gemoeid met het behalen van het rijbewijs, de wettelijke verplichte chauffeursexamens en eventuele andere voor de functie wettelijk vereiste scholing (niet zijnde scholing die een opdrachtgever verlangt) zijn voor rekening van werknemer.

De kosten van overige examens incl. de kosten van minimaal één herexamen zijn voor rekening van werkgever. Kosten van meer herexamens hoeft werkgever niet voor zijn rekening te nemen.

Onder een gestructureerde activiteit wordt verstaan een activiteit die aan de volgende voorwaarden voldoet: bij de scholing is begeleiding vereist; daar waar scholing mogelijk is door middel van een interactief systeem, dient begeleiding beschikbaar te zijn en na afloop wordt door of namens de werkgever de scholing met de werknemer geëvalueerd.

Ieder jaar, of zoveel eerder als wenselijk, dient de werkgever met de werknemer een gesprek te voeren over zijn behoefte aan scholing. Daarbij wordt tevens aan de orde gesteld in hoeverre de individuele scholingsbehoefte van de werknemer aansluit bij het opleidingsaanbod van de werkgever. Wanneer aan de werknemer scholing wordt aangeboden, komen de werkgever en de werknemer dit schriftelijk overeen.

Elke fulltime werknemer krijgt in een tijdsbestek van 5 dienstjaren 5 opleidingsdagen, te rekenen vanaf 1 januari 2014 (voor M.U.P.-krachten en parttime krachten mag het aantal opleidingsdagen naar rato van het aantal verloonde uren bepaald worden; onder referteperiode wordt verstaan: de 3 aan de opleidingsdag voorafgaande betalingsperiodes). Deze opleidingsdagen mogen direct in het eerste kalenderjaar al gegeven worden, of anders minimaal 1 opleidingsdag per kalenderjaar. Het is niet toegestaan de opleidingsdagen op te sparen en pas in een later stadium ineens te besteden. Werkgever en werknemer bepalen onderling wanneer deze opleidingsdagen genoten worden en waaraan deze worden besteed. SFT zal een lijst opstellen van activiteiten waaraan deze opleidingsdagen besteed kunnen worden, welke na goedkeuring van CAO-partijen onderdeel uitmaakt van deze overeenkomst. Werkgevers en werknemers kunnen hiervoor suggesties aanleveren bij het SFT. Voor taxibedrijven die beschikken over TX-Keur moet met de opleidingseisen van TX-Keur rekening gehouden worden. Taxibedrijven die beschikken over TX-Keur voldoen al aan deze bepaling. Zij hoeven dus buiten de vereisten van TX-Keur om niet nog eens 5 opleidingsdagen aan te bieden. Daarbij wordt er van uitgegaan dat het hier om volledige opleidingsdagen gaat.

Indien de werkgever scholing noodzakelijk acht vanwege opleidingsvereisten van opdrachtgevers of vanwege de uitoefening van de functie door de werknemer, dan is de werknemer verplicht aan deze scholing mee te werken c.q. deel te nemen.

De scholingskosten, zoals eerder genoemd, komen volledig voor rekening van de werkgever.

In afwijking hiervan komen de scholingskosten (met uitzondering van de opleidingstijd) gedeeltelijk voor rekening van de werknemer wanneer de werknemer ontslag neemt resp. wordt ontslagen, waarbij dit ontslag de werknemer te verwijten is:
a. binnen één jaar na het behalen van een diploma of certificaat: 75%;
b. binnen twee jaar na het behalen van een diploma of certificaat: 50%;
c. binnen drie jaar na het behalen van een diploma of certificaat: 25%.

Toelichting op scholing
Indien aan een bepaalde scholing geen diploma/certificaat is gekoppeld dan blijft de terugbetalingsregeling onverkort van kracht. De terugbetalingsregeling blijft ook onverminderd van kracht indien de werknemer wel heeft deelgenomen aan de scholing maar definitief is gezakt en als gevolg daarvan geen diploma/certificaat heeft ontvangen. In beide situaties dient terugbetaling dan plaats te vinden aan de hand van de aanwezigheidsregistratie.

Onder eventuele andere voor de functie wettelijk vereiste scholingskosten, wordt bijvoorbeeld verstaan kosten die gemoeid zijn met opleiding en/of examens/toetsen benodigd voor de toegang tot het beroep van taxichauffeur (voorbeeld: tram/busbaan examens CCV, toetsen en cursussen al dan niet direct als vereiste opgenomen in een gemeentelijke taxiverordening).

Onder activiteiten die in het kader van opleidingsdagen kunnen worden ontplooid worden ook het houden van werkoverleggen, coachings- en functioneringsgesprekken geschaard.
De daadwerkelijk bestede tijd wordt per werknemer geregistreerd en gedurende 5 jaar bewaard. De registratie is voorzien van een handtekening van werknemer. Eén opleidingsdag staat gelijk aan 8 uur. Per 5 kalenderjaren worden dus 40 uur aan opleidingsactiviteiten besteed.
SFT zal bij de CAO-controle via de site van TX-Keur nagaan of een ondernemer TX-Keur heeft of niet.

Toelichting CAO-partijen

Besluit 090514-1

CAO partijen besluiten dat werkgevers uit kunnen gaan van hetgeen de e-learning instituten zelf aangeven of een bepaald gemiddelde zelf vaststellen op basis van een aantal mensen die het hebben uitgeprobeerd. Bottom line is: gezond verstand gebruiken. Bij problemen in de praktijk komt het punt wel terug naar CAO partijen overleg.

Besluit 070314-9

CAO partijen besloten dat voor de PT- en M.U.P.-kracht het aantal scholingsuren als volgt bepaald moet worden:
Per 1 januari van elke kalenderjaar omvang dienstverband bepalen door het gemiddelde te nemen van het aantal gewerkte uren in voorgaand kalenderjaar. Werknemer heeft recht op min 1 scholingsdag per jaar: naar rato bepalen wat het aantal uren scholing is voor de PT/MUP kracht voor komend kalenderjaar en dat dan ook geven. Deze systematiek jaarlijks herhalen.